Geschiedenis

Noordwolde bezit een bijzonder mooie en sterk getailleerde molen.

Door deze taille steekt de kap wat ver uit. Deze moet immers genoeg ruimte bevatten voor bovenwiel en vang.

De ontwerper en bouwer van deze molen was Anne Piers Fabriek uit Oldetrijne. Deze veelzijdige man was aannemer en molenbouwer. Zijn opdrachtgever was Sytze Pieters Timmerman, bakker te Noordwolde, grootvader van de laatste molenaar/eigenaar. Aannemer Aberson uit Steenwijk bouwde de molen en voltooide de molen in 1859.

De Windlust bleef tot 1968 in bezit van de familie Timmerman. De molen was eerst een beltmolen. Oprukkende bebouwing noodzaakte de familie tot het verhogen tot stellingmolen. De molen heeft verschillende knechten gekend. Dankzij hun schrijf-, plak- en kraskunst is er een waar archief op de balken achtergebleven. Alles is zonder kleerscheuren de tijd doorgekomen en nog steeds in de molen te bewonderen.

De eerste knecht van de familie Timmerman was een zekere O. Bel. De volgende knecht was L. Dijkstra. Deze heeft de verhoging van beltmolen naar stellingmolen meegemaakt. Er was in zijn tijd een kat op de molen die het wel heel erg trof: hij of zij kreeg een eigen ingang door de molenmuur en kon zo dag en nacht achter de muizen aan. Het kattegat werkt nog steeds. Mei 1885 trad Harm van der Weert in dienst. Hij bleef tot 12 mei 1891. Greerlof Smit werd zijn opvolger en bleef tot 10 mei 1898 in vaste dienst, maar sprong daarna regelmatig nog bij. Cornelis Greven was de laatste knecht op de “Windlust”. Na een leerperiode bij de vorige knecht Greerlof Smit, trad hij in mei 1906 in vaste dienst. Molenaar Jan Timmerman (1861-1927) kreeg op 14 november 1891 een zoon en noemde hem Sietze. Deze zou de laatste Timmerman worden die de molen bezat. Cornelis en Sietze waren bekende verschijningen in het dorp. Cornelis werd vooral bekend om zijn manier van transporteren van meel en mengvoer. Een grote transportfiets werd volgepakt met zakken van ongeveer 50 kg per stuk. Te midden van al die zakken zat Cornelis. Het evenwicht was soms wankel. Eens brak hij een arm ten gevolge van zo’n transport.

1921 was het jaar dat de mechanisatie z’n intrede in de molen deed. In februari van dat jaar kwam er per tram een gloeikopmotor, merk Schless und Rossman, vanuit Deventer naar Noordwolde. De motor was gekocht bij de firma Zijthof & Zn. en bestemd voor molen “Windlust”. De originele verzendlabel is in de molen teruggevonden. De motor kwam in een klein bijgebouw en maakte de windkracht overbodig. Toch bleef men eerst gebruik maken van beide energiebronnen. In de dertiger jaren schakelde men steeds meer over op de motor en de molen raakte in verval. In de tweede wereldoorlog werd er ook veel voor de particuliere consumptie gemalen.

Na de oorlog ging het snel bergafwaarts. Februari 1953 stopte Cornelis Greven met werken. Hij had het als molenaarsknecht het langst volgehouden van allemaal. Sietze ging nog een tijdje door met handel in mengvoer. De molen draaide echter nooit meer. In 1959 werd begonnen met een restauratie. De kap, de stelling  en de schoren werden bijna totaal vervangen. De houten as verdween en een erg korte gietijzeren as kwam ervoor in de plaats. De molen kreeg fokwieken met eenvoudige remkleppen en stond er weer als nieuw bij. De restauratie werd uitgevoerd door de in binnen- en buitenland bekende molenbouwer Medendorp te Zuidlaren.

Op 1 november 1968 overleed de vrouw van Sietze. Anderhalve maand later overleed Sietze. Bij testament lieten zij al hun bezitting na aan de stichting “De Oosthoek”. Deze stichting is een overkoepelende organisatie van nagenoeg alle plaatselijke verenigingen en heeft als doelstelling het behartigen van alle sociale- en culturele belangen in de oosthoek van de gemeente Weststellingwerf. De eerste drie jaren heeft de molen stil gestaan; wel werden de nodige onderhoudsbeurten, zoals verfwerk gedaan. Van 1972 tot 1975 werd de molen een paar keer per jaar “op de wind” gezet en in werking gesteld met behulp van een bevriende oud molenaar.

Per 8 mei 1976 was Sake Bergsma uit Heerenveen de eerste gediplomeerde vrijwillige molenaar die de molen nu nog steeds op zaterdagen laat draaien.

In 1983 kon de ruw-oliemotor, na reparatie, weer voor demonstraties in gebruik worden genomen. Over deze motor zoekt de molenaar nog gegevens.

In 1996 heeft de molen opnieuw een omvangrijke restauratie ondergaan.

In Oktober 2004 is er een pletter geïnstaleerd, ontworpen en nieuw gemaakt door Eppie Landman en wordt aangedreven doormiddel van een riem om de luitafel van het sleepluiwerk.